Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 42

Het Nederlands in de niet-taalvakken
Redactie: René Appel
1993
172 pagina's

7         Taal en het leren van natuurkunde

P.L.Lijnse

Vakgroep natuurkunde didactiek

Centrum voor Didactiek van Wiskunde en Natuurwetenschappen

Universiteit Utrecht

Inleiding

Laat ik me, beste lezer, als vreemde eend in de bijt van de Nederlandse Taalunie, eerst aan u voorstellen. Ik ben natuurkunde-didacticus, dat wil zeggen ik houd me bezig met het bestuderen van het leren en onderwijzen van natuurkunde. En met het zoeken naar oplossingen voor de problemen in dit onderwijs. Immers, zoals u misschien bekend zal zijn, natuurkunde is een moeilijk vak, in vele leerlingogen zelfs hét struikelblok bij uitstek. Terwijl deze publikatie gaat over taal, specifieker, over het Nederlands in de niet-taalvakken. En natuurkunde is een niet-taalvak, zegt men. Die twee zaken zouden dus iets met elkaar te maken moeten hebben. Daarover wil ik in mijn bijdrage verder filosoferen. Ik gebruik met opzet deze wat vage term, omdat ik inderdaad niet veel meer zal doen dan dat. De rol van taal in het natuur-kunde-onderwijs is in ons land geen goed uitgewerkt aandachtsgebied van de didactiek. U zult mijn bijdrage dus moeten nemen voor wat hij waard is, een poging een aantal zaken in eerste orde op een rijtje te zetten.

Toen ik voor het eerst in aanraking kwam met de organisatoren van de Conferentie waaruit deze publikatie is voortgekomen, werd ik getroffen door het verschil in denkwereld tussen hen en mij. Een terloopse opmerking van één van hen, waarin bezorgdheid werd uitgesproken over de slechte manier waarop in leerboeken voor de exacte vakken met taal wordt omgesprongen, was daarvoor al voldoende. Die opmerking riep bij mij de vraag op: wat zouden ze bedoelen? Maar om niet voor volstrekt onnozel versleten te worden, durfde ik het niet direct te vragen.

Dit gevoel van onbekendheid werd nog sterker toen ik kennisnam van de resultaten van een onderzoek naar de rol van het Nederlands in een aantal niet-taalvakken, waaronder natuurkunde (Geudens & Rymenans, 1991). Daarin wordt gesproken over 'betekenisgevingsstrategieën', die onder te verdelen zouden zijn in 'leefwereldtalig discours, vakmatig discours en taalkundig discours'. Ook wordt daarin gesteld dat niet-taalvak leerkrachten, zij het vaak onbewust, een aantal talige leerdoelen nastreven, zoals:

a vakspecifieke zaken en begrippen kunnen benoemen; b een omschrijving in een vakterm kunnen vatten; c van een afgekorte vakterm de volledige benaming kunnen geven; d van vaktermen omgangstalige synoniemen kunnen geven; e vaktermen kunnen gebruiken in de juiste context; f vaktalige afspraken kunnen naleven; g van vaktermen een definitie kunnen geven; h vakspecifieke zaken kunnen beschrijven;

Nederlandse Taalunie