Het Nederlands in de niet-taalvakken
Redactie: René Appel
1993
172 pagina's
8 Het gaat niet alleen om het 'wat', maar ook om
het 'hoe';
Over nascholing en taalbeleid in het Voortgezet Onderwijs
Carola van der Voort Afdeling Nederlands als tweede taal Faculteit Educatieve Opleidingen Hogeschool Rotterdam & Omstreken
Inleiding
Het beheersen van schooltaal is belangrijk voor een voorspoedige schoolloopbaan in het Voortgezet Onderwijs. Voor grote groepen leerlingen, in het bijzonder voor anderstalige leerlingen die Nederlands als tweede taal hebben moeten leren, geldt dat de schooltaal een belemmering vormt voor schoolsucces. Zij beheersen veelal wel de alledaagse taal, maar in veel mindere mate de taal waarin de schoolboeken zijn geschreven en waarvan de leerkrachten zich bedienen en die zij zelf ook moeten gebruiken bij schriftelijke overhoringen, repetities en bij mondelinge interactie in de klas.
In het artikel van Van der Leeuw in deze bundel wordt een aantal projecten en publikaties genoemd die met name gericht zijn op verbetering van de onderwijskansen van anderstalige leerlingen. Het middel is in alle gevallen aandacht bij alle leerkrachten voor het Nederlands als vak- en instructietaal. De noodzaak hiervan en van het ontwikkelen van een taalbeleid op scholen met een grote populatie anderstalige leerlingen, beschouw ik als een gegeven. Onder 'taalbeleid' versta ik dan onder meer een door een school gedragen en geoperationaliseerde samenhang en samenwerking tussen vakgebieden en docenten om de schoolse taalvaardigheid van de leerlingen te stimuleren. Concreet betekent dit bijvoorbeeld werken aan leesvaardigheid en woordenschatontwikkeling bij verschillende vakken: zaakvakken, creatieve vakken en ook exacte vakken.
In deze bijdrage zal ik geen verdere ideeën ontwikkelen over de rol van het Nederlands in de niet-taalvakken en ook niet over methoden en werkwijzen om de schoolse taalvaardigheid te stimuleren en leerinhouden ook voor taalzwakke leerlingen toegankelijk te maken. Mijn invalshoek wordt gevormd door de eisen die aan de vakbekwaamheid van docenten gesteld moeten worden en de manier waarop nascholing en begeleiding van leerkrachten en teams van scholen kunnen bijdragen aan onderwijsvernieuwing en implementatie van nieuwe inzichten. Immers, als die man of vrouw voor de klas niet weet wat hij of zij moet doen of het wel weet, maar het niet kan toepassen in de lespraktijk, dan zal de discussie over de rol van Nederlands in de niet-taalvakken blijven steken in retoriek. Er zal dan niet veel terechtkomen van de beoogde onderwijsverbetering.