Het Nederlands in de niet-taalvakken
Redactie: René Appel
1993
172 pagina's
3 Taalgebruik in de klas:
Zijn daar nog vragen over?
Rita Rymenans & Veerle Geudens
Interfacultair Centrum voor Toegepaste Linguïstiek
Universiteit Antwerpen (UFSIA)
Inleiding
'Nederlands in de niet-taalvakken' is niet alleen het thema van deze bundel, het was eveneens het onderwerp van een onderzoeksproject dat van maart 1990 tot oktober 1992 gelopen heeft aan de Universiteit Antwerpen1. Het project is uitgevoerd in twee fasen. In een eerste periode hebben we het terrein theoretisch verkend aan de hand van literatuur, op basis daarvan een analysemodel ontwikkeld en daarmee een paar proefobservaties en -analyses uitgevoerd (Geudens & Daems, 1990). In een tweede fase hebben we twaalf lessen geobserveerd in twee scholen voor secundair onderwijs: een voor algemeen vormend (Algemeen Secundair Onderwijs, verder ASO) en een voor beroepsonderwijs (Beroepssecundair Onderwijs, verder BSO). Deze lessen werden op geluidsband geregistreerd, vervolgens geprotocolleerd en tenslotte geanalyseerd aan de hand van het ontwikkelde model (Geudens, Rymenans & Daems, 1991).
1 Een case
Voor de case-study hebben we ons bewust beperkt tot het eerste en het vierdejaar secundair onderwijs. Het eerste jaar is een zogenaamd scharnierjaar: de leerlingen gaan over van het basis- naar het secundair onderwijs en maken daar kennis met een reeks uiteenlopende vakken, gegeven door verschillende vakleerkrachten. Bovendien heeft in het eerste jaar nog geen sterke selectie van leerlingen plaatsgevonden. Het vierdejaar is opnieuw een scharnierjaar omdat daar de meeste leerkrachten universitairen zijn met een andere (didactische) opleiding en een andere manier van lesgeven.
Een aantal problemen, zoals leerkrachten die ons op het laatste nippertje de deur wezen of vakken die in het beroepsonderwijs niet blijken te bestaan, maakt dat het materiaal verzameld in beide scholen er niet zo parallel uitziet als oorspronkelijk gepland. In de ASO-school observeerden we een eerste en een vierde jaar in een afdeling met Latijn in het studiepakket, tijdens de lessen biologie (twee in 1 en één in 4) en aardrijkskunde (eveneens twee in 1 en één in 4). Het waren dezelfde leerkrachten die in de twee jaren les gaven. In 1-BSO (aanpassingsklas) hebben we twee aaneensluitende lesuren technologische opvoeding bijgewoond en in 4-BSO (richting houtbewerking) twee blokuren maatschappelijke vorming. Tenslotte hebben we in 4-BSO ook twee vakken geobserveerd die tot de specifieke vakopleiding van de leerlingen behoren en die gegeven werden door dezelfde leerkracht, name-