Suppletie op lokale salarissen moedertaalsprekers/docenten
Doel
Met het verstrekken van een suppletie wil de Taalunie afdelingen Nederlands in landen waar de financieel-economische situatie in negatieve zin aanzienlijk afwijkt van die in Nederland en Vlaanderen, in staat stellen een goed gekwalificeerde moedertaalspreker voor een bepaalde periode als docent aan te trekken. Deze vorm van ondersteuning richt zich in eerste instantie op landen in de regio Midden- en Oost-Europa.
Criteria en voorwaarden
De suppletie wordt op aanvraag toegekend indien:
1.de afdeling Nederlands voldoet aan de accreditatiecriteria zoals die staan opgesomd in paragraaf 1.2 van deze notitie;
2.de docent minimaal voldoet aan het 1e criterium dat onder punt 1.2 staat opgesomd. Bij voorkeur is het CV van de docent verder verzwaard met aanvullende academische kwalificaties zoals met de afronding van een dissertatie;
3.de afdeling het Nederlands als hoofdvak en/of als MA-studie aanbiedt;
4.indien de docent een officieel bewijs van aanstelling kan overleggen.
De Taalunie is van mening dat lokale stafleden de ruggengraat vormen voor de buitenlandse neerlandistiek. Moedertaalsprekers/-docenten kunnen tijdelijk een afdeling Nederlands versterken. De suppletie wordt daarom voor maximaal 3 jaar toegekend aan één en dezelfde persoon. De telling van deze 3 jaar start op 1 januari 2008. Na afloop van die periode van 3 jaar kan de afdeling eventueel voor een andere moedertaalspreker/docent een suppletie aanvragen indien deze aan de genoemde voorwaarden voldoet.
Per afdeling Nederlands wordt maximaal voor één docent per jaar een suppletie toegekend.
Procedure
Het hoofd van de afdeling dient de suppletie aan te vragen voor 1 december. Het formulier voor de aanvraag (pdf-document) kunt u downloaden van deze website.
Financiën
Voor een docent die een volledige aanstelling heeft, kan het suppletiebedrag maximaal € 13.000 per jaar bedragen. Bij een deeltijdaanstelling wordt de suppletie naar rato aangepast.
Financiële verantwoording en inhoudelijke rapportage
Indien de afdeling Nederlands waar de betrokkene werkzaam is tevens een basissubsidie ontvangt en hiervan verantwoording aflegt, hoeft er geen afzonderlijke financiële en inhoudelijke verantwoording van de suppletie afgelegd te worden. In alle andere gevallen dient een financiële verantwoording van de suppletie op 1 december in het bezit van de Taalunie te zijn. Naast deze financiële verantwoording wordt een inhoudelijk verslag verlangd over de ontwikkeling van de afdeling Nederlands.
Download aanvraagformulier (pdf)
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties